fnrs proevendag 22.7.2018 - manegedegrensstreek

Ga naar de inhoud

fnrs proevendag 22.7.2018

Proevendag op 22 juli 2018
Op 22 juli organiseren wij een FNRS proevendag.
Je kunt hiervoor inschrijven via bijgaand inschrijfformulier
Inschrijfgeld;  € 17,50 per ruiter (manegepaard)
(bij veel inschrijvingen kunnen wij gedeeltelijk uitwijken naar zaterdag 21.7.2018)


De F Proeven zijn proeven die geschikt zijn voor ruiters die net beginnen met paardrijden tot en met gevorderden.
Er zijn in totaal 20 F Proeven en daarbij kan voor de even proeven een diploma behaald worden.
Om naar de volgende klasse te promoveren moet de ruiter voldoende promotiepunten behalen.
Tevens is er aan een aantal proeven een theorie-examen gekoppeld. Als je een promotiepunt haalt dan wordt dit altijd geregistreerd in het ruiterpaspoort.
  • De F1 en F2 hebben nog geen galop en de figuren zijn eenvoudig.
  • De F3 en F4 hebben simpele figuren, maar wel met galop.
  • De F5 en F6 worden iets moeilijker met figuren.
  • Vanaf de F7 moeten de figuren nauwkeurig op de letter gereden worden. Het wordt hierdoor nog wat moeilijker.
  • Na het behalen van het F8 diploma mogen ruiterpaspoorthouders meedoen aan landelijke wedstrijden van het KNHS. Hier mag de ruiter meedoen in de B dressuur als hij een FNRS Manegestartkaart heeft.
  • Wanneer het F12 diploma behaald is, mogen ruiterpaspoorthouders starten in de klasse L1 dressuur van de KNHS wedstrijden.
  • Het niveau van rijden wordt vanaf F13 steeds hoger en de oefeningen steeds moeilijker. Naast het wijken leert de ruiter ook een wending om de achterhand te rijden, contragalop en schouderbinnenwaarts.
  • De F20 proef staat ongeveer gelijk aan het M1 niveau (KNHS)
Diplomarijden
Diplomarijden is speciaal door de FNRS ontwikkeld om ook ruiters zonder eigen paard of pony proeven te laten rijden.
De proeven mogen dus op verschillende paarden gereden worden.
Bij het FNRS Diplomarijden wordt niet gekeken naar de combinatie van ruiter en paard, maar alleen naar de ruiter.
Er wordt onder andere gekeken of de ruiter de hulpen op de juiste manier geeft.

Aan de even proeven (F2, F4, F6 etc.) zijn diploma’s verbonden.
Tevens moet een ruiter voordat hij voor bepaalde proeven een diploma kan behalen, een theorie-examen afleggen.
Dit geldt voor de proeven F2, F4, F6, F8 en F10.
Als de ruiter 210 punten voor de diplomaproef heeft gereden en daarbij in een eventueel theorie-examen 3 of minder fouten heeft gemaakt, krijgt hij zijn diploma voor het betreffende niveau.

Om van F1 en F2 door te mogen naar de volgende proef, moet er 1 promotiepunt behaald worden. Van F3 tot en met F20 moeten er minimaal 3 en maximaal 5 promotiepunten behaald worden om over te mogen naar de volgende proef.
De theorie-examens zijn niet moeilijk, maar een stimulans om het boek “Leer paardrijden met plezier” te lezen en zo van alles te leren over paarden en paardrijden.

Alleen de ruiter wordt beoordeeld
Er wordt een proef gereden door een ruiter en daarbij wordt er door de jury rekening gehouden met het karakter en de mogelijkheden van het paard of de pony waarmee gestart wordt.
Komt de ruiter binnen op een hele lieve pony die heel moeilijk in de linkergalop wil aanspringen, dan zal de jury extra goed kijken of de ruiter bij het aanspringen de juiste hulpen geeft.
Springt de pony toch verkeerd aan, dan moet de ruiter de pony terugnemen en het opnieuw proberen met extra duidelijke hulpen.
Wanneer dat duidelijk genoeg getoond is, kan een ruiter toch voldoende punten krijgen voor dit onderdeel, ook al voert de pony de opdracht niet goed uit. Het karakter van een paard of pony kan soms ook voor problemen zorgen tijdens het rijden.
Het gaat er om dat de jury ziet dat de ruiter hier correct mee omgaat, zodat de ruiter toch voldoende punten kan krijgen voor een proef.

Wedstrijdkleding
Tijdens wedstrijden moet je natuurlijk wel netjes gekleed zijn, er is zelfs een officieel wedstrijdtenue!
Dat tenue is als volgt: rijlaarzen of lederen jodphurs met chaps,  witte of beige rijbroek.
Witte blouse met daarop een rij-jasje met plastron en speld of een zwarte bodywarmer.
Witte handschoenen maken het geheel compleet en voor dames zijn er eventueel ook allerlei strikken of knotjes voor in het haar te maken!
Een jasje kun je meestal wel van iemand lenen en deze kun je ook huren.
Reglement
Wedstrijdreglement FNRS-ruiteropleidingen

FNRS-ruiters:

Algemeen

Artikel 1
Kledingvoorschriften van de ruiter:
  1. Het veiligheidshoofddeksel dient CE-EN 1384 gekeurd te zijn (ook verplicht bij het losrijden of inspringen).
  2. Rij-jasje + plastron/stropdas + witte blouse + witte handschoenen + witte rijbroek (compleet wedstrijdtenue), of manegesweater/ manegebodywarmer / effen sweater /witte blouse met lange mouwen + rijbroek.
  3. Bij het officiële wedstrijdtenue zijn witte handschoenen verplicht. Bij het andere tenue zijn handschoenen niet verplicht, maar indien men ze wel draagt, dienen deze wit te zijn.
  4. Rijlaarzen, rubber of leer of jodphurschoenen in combinatie met minichaps (zonder franjes).
  5. De maximale toegestane lengte karwats is 75 cm, een dressuurzweep voor pony’s mag maximaal 100 cm en voor paarden 130 cm lang zijn, inclusief slag.
  6. Ruiters die deelnemen aan de FNRS proevendagen dienen vóór het rijden van de proef hun (geldige) Ruiterpaspoort in te leveren bij het secretariaat.
  7. Het Ruiterpaspoort is vanaf de aanvraagdatum voor één jaar geldig.
  8. Na het eerste jaar is het Ruiterpaspoort geldig vanaf het plaatsen van de jaarzegel voor het nieuwe jaar en nadat de manegehouder zijn bedrijfsstempel over de jaarzegel heeft geplaatst.
  9. Indien de deelnemer niet aan sub a t/m h van dit artikel voldoet, kan er niet gestart worden door de betreffende ruiter.
  10. Overmatig of verkeerd gebruik van zweep/karwats/teugels en/of sporen wordt bestraft met een waarschuwing. Na één waarschuwing volgt uitsluiting.

Artikel 2
  1. Het paard dient te zijn opgetoomd met een deugdelijk, goed passend en in behoorlijke staat van onderhoud verkerend zadel, hoofdstel en bit (trensoptoming).
  2. Beenbeschermers, sporen en hulpteugels (mits goed afgesteld), zijn alleen toegestaan met toestemming van de manegehouder.
  3. Vanaf proef F12 is alleen het gebruik van een martingaal (mits goed afgesteld) toegestaan.

Dressuur

Artikel 3
  1. Iedere proef heeft een A en B versie. De organisatie bepaalt welke proef en welke versie er worden gereden.
  2. Nieuwe ruiters mogen uitsluitend instromen in de proeven F1 tot en met F6.
  3. Doorstroom naar KNHS klasse B dressuur is mogelijk na het behalen van het F8 diploma. Na het behalen van het F12 diploma kan er doorgestroomd worden naar de KNHS klasse B of L1 dressuur. Manegeruiters kunnen hiervoor een persoonsgebonden (niet combinatiegebonden) ‘manegestartkaart’ aanvragen bij de KNHS.

Artikel 4
De onderdelen in dressuur worden gewaardeerd van 0 tot en met 10.
0. = niet uitgevoerd
1. = zeer slecht
2. = slecht
3. = tamelijk slecht
4. = onvoldoende
5. = matig
6. = voldoende
7. = tamelijk goed
8. = goed
9. = zeer goed
10. = uitmuntend

Artikel 5
Een vergissing in de proef wordt bestraft:
- 1e maal = 2 punten aftrek
- 2e maal = 4 punten aftrek (totaal –6)
- 3e maal = 8 punten aftrek (totaal –14)
- 4e maal = uitsluiting
(Gang- of overgangsfouten zijn geen vergissingen in de proef. Deze komen in het betreffende cijfer tot uitdrukking.)

Artikel 6
  1. Na een val van een paard/pony of ruiter volgt geen uitsluiting. Dit wordt in het cijfer voor het betreffende onderdeel tot uitdrukking gebracht.
  2. Buiten de ring komen wordt beoordeeld als een vergissing.

Artikel 7
  1. Bij de F-proeven komt men in aanmerking voor een promotiepunt (PP) als men 210 protocolpunten of meer behaalt.
  2. Bij de F1 en F2 is 1 PP nodig om door te mogen naar de volgende proef. Bij de F3 t/m F8 zijn minimaal 3 PP’s en maximaal 5 PP’s nodig om door te gaan naar de volgende proef. Bij de F9 t/m F20 zijn minimaal 3 PP’s en maximaal 5 PP’s nodig om door te gaan naar de volgende proef.
  3. Aan alle even F-proeven zijn FNRS-diploma’s verbonden.
  4. Het diploma wordt toegekend indien de praktijk en de theorie beiden voldoende zijn, met een maximaal van 3 fouten in de theorie-examen. Indien er in het theorieexamen meer dan 3 fouten worden gemaakt, moet het theorie-examen overgemaakt worden. Indien er de tweede keer weer geen voldoende wordt behaald, moet het geheel overgedaan worden (dus de proef en het theorie-examen).
  5. Bij de volgende F-proeven behoren theorie-examens: F2, F4, F6 en F10.

Vaardigheid (Va) en Oefenspringen (Os)

Artikel 8
  1. Bij de Va- en OS-proeven komt men in aanmerking voor een promotiepunt (PP) als men 180 protocolpunten of meer behaalt.
  2. Men moet minimaal 2 PP’s behalen voor iedere proef.
  3. Na het behalen van 1 PP in de F4 mag een ruiter instromen in de Va1-proef.
  4. Na het behalen van het F4-diploma mag de ruiter naar keuze instromen in Va1- of direct in de Va2-proef.
  5. Na het behalen van het Va2-diploma mag een ruiter opgaan voor de OS1-proef.

Artikel 9
  1. Aan de even Va-proef en de even OS-proef zijn FNRS-diploma’s verbonden.
  2. Na het behalen van minimaal de tweede PP in één van deze even proeven, ontvangt de ruiter een diploma.
  3. Het diploma wordt toegekend als het vereiste aantal protocolpunten voor een PP behaald is (zie art. 15).

Artikel 10
  1. De advieshoogte van de sprongen bij vaardigheid en oefenspringen zijn als volgt:
    - Va1 hoogte 40 cm
    - Va2 hoogte 50 cm
    - OS1 hoogte 50-60 cm
    - OS2 hoogte 50-60 cm
  2. Indien nodig mag de manegehouder het desbetreffende parcours naar eigen inzicht verlagen voor kleine pony’s.
Artikel 11
Een vergissing of een fout bij vaardigheidsproeven en oefenspringen met betrekking tot springen en doorgangen wordt bestraft:
  • eerste weigering op een hindernis = 2 punten aftrek. - tweede weigering op dezelfde hindernis = 2e maal 2 punten aftrek (totaal –4).
  • derde weigering op dezelfde hindernis = 3e maal 2 punten aftrek én een 0 en doorgaan naar het volgende onderdeel in de proef (aftrek voor de weigeringen is totaal –6 en een 0 omdat de hindernis niet gesprongen is) -
    bij de tweede maal 3 keer weigeren op dezelfde hindernis volgt uitsluiting. - afwerpen van de bovenste balk = 2 punten aftrek.
  • buiten de ring komen wordt beoordeeld als een dressuurmatige vergissing.
  • een vergissing of een fout bij vaardigheidsproeven met betrekking tot de dressuur wordt als volgt bestraft: eerste = 2 punten aftrek, tweed = 4 punten aftrek, derde
    = 8 punten aftrek en vierde is uitsluiting (zie artikel 10).
  • het nemen van een verkeerde hindernis geldt als een dressuurmatige vergissing.
  • één of meerdere afgeworpen balletje(s) per onderdeel = –2*.
* Indien een paard/pony met de staart het balletje eraf zwiept wordt dit niet als strafpunt aangemerkt. De jury beslist hierover.
Created by Mariette Schmidt
Terug naar de inhoud